MENSVISIE van de humanistische psychologie en van NODIG OF OVERBODIG

In de jaren zestig kwam er een stroming op gang, die 'psychologie van de derde weg', die door velen gezien werd als een reactie op de gedragstherapie en psychoanalyse. Inmiddels heeft deze stroming zich als "humanistische psychologie", ook wel 'existentiële psychologie' genoemd, een eigen plek verworven in het geheel van psychologische stromingen. Pioniers van deze stroming zijn Maslow (1908-1970) en Rogers (1902-1987).

In de humanistische psychologie staat de gezonde mens centraal en wordt ook uitgegaan van de 'gezonde mens' als studiemateriaal. Over welke eigenschappen en vaardigheden beschkken mensen die als ‘gezond’ en ‘autonoom’ worden beschouwd en welke voorwaarden zijn nodig voor de ontwikkeling van deze eigenschappen? Baserend op de vraagstelling onderzocht Abraham Maslow "de fundamentele behoeften van de mens" met als resultaat "de behoeftepiramide van Maslow".

Die humanistische psychologie wordt gekenmerkt door een 'holistische-integratieve visie': de mens is een totaal organisme (lichaam, psyche en wezenskern), ieder mens is uniek in zijn samenstel van biologische, psychologische en sociale aspecten.

De mens is in wezen vrij om zijn leven op eigen wijze vorm te geven. Wanneer hij zijn mogelijkheden gebruikt, hoeft de mens niet door zijn jeugdervaringen te worden beperkt of bepaald.

De humanistische psychologen zien de menselijke natuur als in beginsel goed en stellen duidelijke vraagtekens bij de visie van de mens als 'door instinctieve driften gedreven' of 'door zijn omgeving geconditioneerd'.

De humanistische psychologie en de 'behoeftepiramide' van Maslow hebben mij onder andere geïnspireerd bij het bedenken en ontwerpen van 'NODIG OF OVERBODIG”, een spel over de behoeften en rechten van kinderen/mensen, dat de verbinding tussen behoeften, rechten en verantwoordelijkheden (plichten) op spelende wijze bewust kan maken en uitnodigd om na te denken en in gesprek te komen over wat we als mensen werkelijk 'nodig' hebben voor een 'goed en gezond' leven en wat 'overbodig' is. 

Wat een goed en gezond leven concreet inhoud en welke rechten en verantwoordelijkheden ermee verbonden zijn.

Maslow ontwikkelde een theorie waarbij hij ervan uitging dat de mens in principe kan komen tot 'zelfverwerkelijking' of 'zelfactualisatie', het optimaal ontwikkelen van zijn/haar mogelijkheden, wanneer tijdens de groei aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. De menselijke motivatie tot groei wordt gevoed, als achtereenvolgend aan een aantal behoeften wordt tegemoetgekomen. Deze behoeften heeft Maslow hiërarchisch gerangschikt. Hij gaat ervan uit dat men pas aan een hogere behoefte kan toekomen als in een lagere behoefte is voorzien. Je gaat je bijvoorbeeld pas druk maken over veiligheid als je geen honger meer hebt. Je ontwikkelt zelfrespect en respect voor anderen, wanneer je voldoende liefde ontvangen hebt. Ontwikkelen van talenten kan pas als je voldoende rust hebt om jezelf te (willen/durven) leren kennen.

Behoeftepiramide van Maslow

1 Lichamelijke behoeften (voedsel, slaap,  lichaamscontact)

2  Behoefte aan veiligheid (afwezigheid van dreiging en gevaar, bescherming en geborgenheid)

3  Behoefte aan liefde (liefgehad worden en liefhebben, intense betrekkingen met anderen)

4  Behoefte aan eigenwaarde (zelfrespect, respect van en voor anderen)

5  Behoefte aan zelfverwerkelijking/zelfactualisatie (behoefte talenten te verwezenlijken: je ontwikkelt ten volle de mogelijkheden die je hebt, je ontplooit je 'wezenskern')

6  Cognitieve behoefte (behoefte aan kennis, behoefte te weten)

De eerste vier behoeften zijn "fundamentele of tekortbehoeften", de laatste twee zijn 'hogere' "groeibehoeften ', ook wel "zijnsbehoeften" genoemd. Bij volledige zelfverwerkelijking hoort ook de behoefte aan gerechtigheid en schoonheid (ethiek en esthetiek).

De mens wordt aanvankelijk gemotiveerd door zijn basisbehoeften. Worden deze bevredigd, dan kunnen de groeibehoeften worden verwezenlijkt volgens Maslow.

Zelfactualisatie

Zelfactualisatie omvat voornamelijk het verwezenlijken van eigen mogelijkheden, het maken van keuzes gericht op groei. Keuzes gemaakt uit angst leiden zelden tot zelfactualisatie. Men moet naar zichzelf kunnen luisteren en afweermechanismen durven loslaten of afbouwen. Zeggen: 'Dat kan ik toch niet' of  'ze zien me aankomen' is geen start om eens iets nieuws te ontdekken bij zichzelf. 

Kinderen moeten leren om binnen bepaalde marges hun eigen keuzes te maken in een omgeving die gekenmerkt wordt door vertrouwen en veiligheid. Wanneer in de jeugd niet aan deze voorwaarden is voldaan, kunnen mensen een patroon ontwikkelen van twijfel aan eigen kunnen. De neiging kan bestaan eerder uitdagingen uit de weg te gaan. Men levert mogelijkheden in omdat dat veiliger lijkt.

Zelfontplooiing 

Ook Carl Rogers geloofde in de natuurlijke behoefte van de mens zichzelf te ontplooien. Wanneer mensen voldoende 'voeding' ontvangen, zullen zij groeien, net zoals in de natuur groei bevorderd wordt door licht, lucht, water en voedsel.

Het Zelf neemt een centrale plaats in de theorie van Rogers. Het zelfbeeld ontwikkelt zich in de omgang met andere mensen. Ieder mens heeft behoefte aan acceptatie en heeft het nodig dat anderen hem positief benaderen. En kind dat door zijn ouders onvoorwaardelijk positief benaderd wordt, hoeft niet op jacht te gaan naar goedkeuring. Wanneer deze benadering achterwege blijft, wordt de persoonlijke groei geremd: de persoon ervaart een conflict tussen de behoefte om liefgehad te worden en de behoefte aan ontwikkeling, en kan daardoor geneigd zijn energie te steken in aardig gevonden te worden (sociale wenselijkheid) dan in eigen groei. Mensen kunnen vervreemden van zichzelf omdat zij meer kijken naar wat gebruikelijk of gewenst is in de hen omringende groep dat ze niet durven onderkennen wat hun eigen behoeften zijn (groepsdwang). Deze neiging is sterker naarmate men zich onveilig voelt. Voor de ontwikkeling van het Zelf is het wenselijk dat men zich durft te onderscheiden van anderen, rekening houdend met anderen, maar zonder de angst voor afwijzing.

HET SPEL ‘NODIG OF OVERBODIG’

Het verschil tussen ‘behoeftepiramide’ (A. Maslow) en ‘levensboom’ (G. Berendt)

Door de metafoor van de boom te gebruiken, wil ik de voorstelling van een ‘hiërarchie’ vervangen met de associatie met een boom, namelijk leven, groeien en bloeien, stevig geworteld in de grond, zijn taken uitgestrekt naar de ruimte van mogelijkheden, die goed verzorgd vruchten zal dragen.

De zeven ‘bladerdekjes’ met erop de behoeften van kinderen/mensen vormen die basis voor een ontwikkeling van het “volle mens-zijn” (Maslow).

Op zoek naar een ‘kindgerichte’ vertaling van de fundamentele behoeften heb ik een aantal aanpassingen voorgenomen en op wens van een overweldigend aantal leerlingen, die betrokken waren bij de ontwikkeling van het spel, de behoefte van tijd en ruimte bijgevoegd. Ook deze behoefte heeft een ‘theoretische’ achtergrond en is gebaseerd op het idee, dat vrije tijd en ruimte noodzakelijk zijn voor bezinning en creativiteit. Pas als tijd en ruimte kunnen worden ‘vergeten’, is er tijd en ruimte voor levensvragen, zingeving en levensvreugde (levenskunst).

Zeven fundamentele behoeften van de ‘levensboom’ 

1        Lichamelijke behoeften

2        Behoefte aan bescherming en veiligheid

3        Behoefte aan liefde en geborgenheid

4        Behoefte aan respect en aandacht

5        Behoefte te onderzoeken, te ontdekken en te ervaren

6        Behoefte talenten te ontplooien

7        Behoefte aan tijd en ruimte

Bij de levensboom zijn alle zeven behoeften even belangrijk en staan in wisselwerking tot elkaar. Ontbreekt de erkenning en de aandacht voor één van de boven genoemde ‘menselijk behoeften’, zo heeft dat diepgaande gevolgen voor de gehele menselijke ontwikkeling van een individu. De volgende behoefte ontwikkeld zich naar mijn mening ook niet pas als de vorige bevredigd is, maar zijn latent aanwezig en even belangrijk. Zonder dat de ‘lichamelijke behoeften’ worden vervuld, zoals eten, drinken, slaap en ‘warmte’, dus voorwaarden voor het fysieke bestaan van een mens, is inderdaad niet mogelijk om de erop volgende behoeften te ‘ontwikkelen’. Toch is het tegemoetkomen van alle behoeften voor een individuele balans even belangrijk voor de ontplooiing van de ‘gehele mens’ (bij Maslow:  ‘het volle mens-zijn’). Als de bevrediging van één behoefte ontbreekt of ontoereikend is, raakt de mens/het kind uit balans.  Hierdoor kan de mens/het kind belemmerd worden in de ontwikkeling van zijn ‘intuïtief moreel vermogen’ (Tom Kroon).

Voor onderzoek over het aspect van de ‘vervreemding’ is ‘nodig of overbodig’ eveneens erg geschikt. Hier is zowel de ‘vervreemding van zichzelf’ op grond van een onrealistisch en onzeker zelfbeeld, gebaseerd op sociale wenselijkheid bedoeld als ook een ‘vervreemde’ manier van behoefte-vervulling (vervangende invulling). Dat wil zeggen, dat een behoefte op een vervreemde manier wordt tegemoet gekomen, zoals bij voorbeeld in de plaats van vrienden of ouders bij de ‘behoefte aan liefde  en aandacht’  de computer of televisie als tegemoetkoming van deze behoefte wordt gekozen.

Ook wordt tijdens het spelen van ‘nodig of overbodig’  onderzocht of ‘dingen’ of ‘mensen’  voor het tegemoetkomen van de verschillende behoeften kunnen dienen, en dat die invulling individueel verschilt, maar het uiteindelijk wel altijd om dezelfde behoeften gaat.

Deze ‘kwaliteiten’, die een ‘zelfgeactualiseerde’ mens volgens Maslow zou moeten hebben, zijn ‘kwaliteiten’ en ‘vaardigheden’, die voor een lid van een democratische samenleving en de toekomstige wereldburger niet alleen wenselijk, maar ook noodzakelijk zijn. Deze visie op de mens is duidelijk terug te vinden in de intenties van de Rechten van het Kind/de Mens, wat eveneens voor mij van groot belang was bij het bedenken en uitwerken van het spel.

Make a Free Website with Yola.